Tango als levensles
In la Cadena nr 71, zomer 2001
Er is een periode geweest waarin ik studie maakte van de inhoud van het tijdschrift Opzij. Op die manier hoopte ik er achter te komen wat vrouwen nu precies van mannen willen. Mijn voorlopige conclusie was dat ze eigenlijk iets onmogelijks willen. Van de ene kant willen ze een stevige kerel die duidelijk aangeeft wat er gebeuren moet, maar als het zo uitkomt toch ook graag een heel zorgzame, zachtaardige man. Een beetje misprijzend dacht ik: zo kan ik het ook. Mijn ideale vrouw om furore op een feest te maken ziet er ook heel anders uit dan een ideale moeder voor mijn kinderen. Bovendien had ik een plausibele biologische theorie om deze vrouwelijke dubbelslachtigheid te verklaren.
(Een sterke man verschaft vrouwen een sterk nageslacht, een zorgzame man zal behulpzaan zijn bij het grootbrengen van dat nageslacht. Het kan dus voor een vrouw evolutionair gezien voordelig zijn haar kinderen door een machoman te laten verwekken en voor een behulpzame man te kiezen als levensgezel. Onderzoek heeft dan ook aangetoond dat vrouwen tijdens het vruchtbare gedeelte van hun maandelijkse cyclus een sterkere voorkeur voor “machotypes” hebben dan in de overige periode.)
Het leek me daarom dan ook het beste om maar niet te proberen in de onmogelijke spagaat van de “de ideale man” terecht te komen, en maar gewoon mezelf te zijn.
Sinds ik echter een half jaar geleden een cursus tangodansen ben gaan volgen, ben ik daar toch anders over gaan denken. Daardoor ben ik ook steeds duidelijker gaan zien dat Tango veel meer is dan gewoon een dans, maar dat je bijna kan zeggen dat het een afspiegeling van het leven zelf is.
De eerste, veel breder toepasbare, les bij de Tango is dat je niet moet proberen alles met je hoofd te doen. Ik heb een uitgebreide opleiding en een langdurige ervaring in het met mijn hoofd oplossen van alle mogelijke problemen. Daarom is dat voor mij een zeer waardevolle, maar ook uitermate lastige les. Het geworstel met linker- en rechterbenen, stapje zus en stapje zo, dreigt me zozeer in beslag te nemen, dat ik vaak helemaal niet het gevoel heb dat ik met dansen bezig ben.
Op een gegeven moment raakte ik daarover op een tangosalon in gesprek met een dansdocente die zich als Carla voorstelde. Ze zei dat ik me niet zo druk moest maken over al die stapjes. Ik moest me veel meer rechtstreeks door de muziek laten leiden. Een goede dame volgt wel, wat je ook doet, was haar boodschap.
Nu, dat liet ik me geen twee keer zeggen. Ik nodigde haar ten dans om datgene wat ze zojuist verteld had in praktijk te kunnen brengen. Eindelijk kon alle opgekropte frustratie van het stapjestellen eruit! Ik liet me geweldig opzwepen door de muziek, en sleurde mijn dame in mijn passie mee naar alle hoeken van de salon: grote bewegingen, bruuske wendingen, abrupte tempowisselingen. Carla had geen woord te veel gezegd. Ik kon het zo gek niet maken of ze wist me te volgen. Mijn adrenaline stroomde geweldig. Dit was leven. En uit wat kirrende geluidjes dacht ik op te kunnen maken dat ook Carla plezier aan onze dans wist te ontlenen. Enkele geïrriteerde geluiden van andere paren op de dansvloer deden echter vermoeden dat dit toch niet helemaal de bedoeling was.
Wat ik over het hoofd had gezien werd me duidelijk toen ik Carla enige weken later weer ontmoette en haar nog een keer ten dans vroeg. Voorzichtig maakte ze me duidelijk dat ze op dat moment niet in de stemming was voor mijn manier van dansen. Ik liet me niet uit het veld slaan en richtte mijn verzoek tot de dame waar ze op dat moment mee stond te praten. Ik bekende die dame dat haar prachtige dansbewegingen al eerder die avond mijn bewondering hadden gewekt en dat ik daarom heel graag wilde ervaren hoe het zou zijn om met haar te dansen. Ze stemde toe.
Waarschijnlijk was Carla er niet helemaal gerust op wat er nu zou gaan gebeuren. Met een paar woorden probeerde ze mijn nieuwe dame op mijn dansstijl voor te bereiden. Mij vroeg ze voorzichtig of ze me nog een aanwijzing mocht geven. Wat ze letterlijk zei weet ik niet meer, maar het kwam er op neer dat het geen kwaad kon om tijdens het dansen ook een beetje te proberen in te voelen hoe het met je dame is gesteld. (Het enkel en alleen afgaan op kirrende geluidjes is duidelijk onvoldoende.)
Ik had aan haar vorige tip veel plezier beleefd. Dus ook deze instructie probeerde ik zo goed mogelijk op te volgen. Maar daardoor en ook door enkele subtiele aanwijzingen van mijn nieuwe dame, werd deze dans wel heel verschillend van de vorige. Er waren geen grote onverwachte bewegingen meer, en het lukte ook niet om mijn energie onbelemmerd te laten stromen. Maar ook al was deze dans dan volkomen anders, hij maakte minstens zoveel indruk op me. Ik onderging een ongekende, ontroerende sensatie van wederzijdse tederheid. Ook dit was leven, maar dan alleen op een manier dat je er stil van wordt.
In weerwil van de eerste les (niet te veel met je hersens willen doen) brachten deze ontmoetingen me toch weer tot nadenken. Zo langzamerhand begon ik steeds meer tot het inzicht te komen dat die “ideale man” uit Opzij eigenlijk niets anders was dan de “ideale Tangodanser”.
Het leek me nu alleen ineens wèl heel nastrevenswaardig om dat ideaalbeeld te benaderen. Niet om in de smaak te vallen, maar omdat het een geweldige ervaring moet zijn om tegelijkertijd èn je passie volledig te kunnen laten stromen èn perfect op de ander afgestemd te zijn.
Ineens begreep ik dat dit het was waarom de Tango me altijd zo gefascineerd heeft. Mijn bereidheid om heel veel energie te steken in het mij bekwamen in de Tango is daardoor enorm toegenomen. Ik wil heel wat stapjeswerk voor lief nemen, om dichter bij dat ideaal te komen. Ook al omdat ik denk dat zulke tango-ervaringen me ook buiten het dansen goed van pas kunnen komen. Ook buiten de tango komt het voor dat ik brokken maak als ik me te veel door mijn enthousiasme (of fanatisme?) mee laat slepen. Ook daar gebeurt het dat ik mezelf verloochen als ik me te veel in een ander in leef. Maar ook daar is het heel prettig om je energie onbelemmerd te kunnen laten stromen terwijl je toch in harmonie met je omgeving bent.
Hoe ver ik zal komen weet ik niet, maar in ieder geval vormen al die contacten op de dansvloer een heel wat boeiender manier om je met vrouwen bezig te houden dan via uitgebreide studies van Opzij.
Jeroen Clausman
|